De rechtbank Den Haag heeft op 17 juni 2014 beslist over de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde die sinds 2010 deze maatregel ondergaat. De terbeschikkinggestelde kampt met een combinatie van verslavingsproblematiek, een persoonlijkheidsstoornis en ernstige psychotische symptomen, waaronder hallucinaties en wanen.
De deskundige en de kliniek adviseren verlenging omdat de psychotische stoornis nog niet adequaat behandeld is en het risico op terugval en gewelddadig gedrag bij ontslag uit de kliniek hoog wordt ingeschat. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman verzetten zich tegen verlenging en stellen dat de terbeschikkingstelling gemaximeerd is, verwijzend naar jurisprudentie over de maximale duur.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke maatregel is opgelegd voor een geweldsmisdrijf gericht tegen de lichamelijke integriteit, gelet op de bedreiging en agressieve gedragingen jegens het slachtoffer. Hierdoor geldt geen maximale duur van vier jaar. Gezien het advies en de ernst van de stoornis wordt de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen.