Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van4 november 2014 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
8 juli 2004, nr. CPP2004/847M, Stcrt. 2004, 177/22 (het Besluit). Daarin is bepaald dat de tijd die is besteed aan het reizen van de woning naar de plaats waar de onderneming is gevestigd, meetelt voor het urencriterium omdat dit reizen geschiedt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. Volgens het Besluit moet de reistijd voor het woon-werkverkeer bij de andere werkzaamheden op gelijke wijze worden behandeld en dus eveneens meetellen.