Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
4.Bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
zijnhuis voorstelde.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin de verdachte werd beschuldigd van seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met zijn zesjarige halfzusje in de zomer van 2012. Na onderzoek en verhoor werd het primair tenlastegelegde, het seksueel binnendringen, niet wettig en overtuigend bewezen geacht, mede door beïnvloeding van het slachtoffer en onvoldoende aanvullend bewijs. Wel werd subsidiair bewezen verklaard dat de verdachte een ontuchtige handeling heeft gepleegd door met zijn penis tegen de schaamlippen van het slachtoffer te duwen.
De verdediging voerde onder meer schending van de redelijke termijn en psychische overmacht aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren. De redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie; wel werd hiermee rekening gehouden bij de strafmaat. Psychische overmacht werd niet aannemelijk geacht, ondanks ADHD en impulsiviteit van de verdachte.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de jonge leeftijd van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden, de reeds ingezette ambulante hulpverlening en de overschrijding van de redelijke termijn. Gezien deze factoren vond de rechtbank oplegging van straf of maatregel niet opportuun en sprak de verdachte schuldig zonder strafoplegging uit. Tevens werd expliciet overwogen dat deze schuldigverklaring niet tot weigering van een verklaring omtrent gedrag (VOG) mag leiden, gelet op internationale verdragsbepalingen en de omstandigheden van de zaak.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard voor ontuchtige handeling met halfzusje zonder strafoplegging, vrijgesproken van ernstiger tenlastelegging.