ECLI:NL:RBDHA:2014:16626
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervanging rechter ten onrechte opgevat als wrakingsverzoek
Verzoeker diende een verzetschrift in tegen een uitspraak van de bestuursrechter en vroeg vervolgens om vervanging van de behandelend rechter. De rechtbank interpreteerde dit verzoek als een wrakingsverzoek en bracht het onder bij de wrakingskamer. Tijdens de zitting wrak verzoeker de gehele wrakingskamer omdat een lid eerder zaken van hem had behandeld en partijdig zou zijn.
De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat een lid eerder zaken van verzoeker behandelde, zonder nadere motivering van partijdigheid, geen wrakingsgrond vormt. Het verzoek werd daarom als kennelijk misbruik van het wrakingsmiddel buiten behandeling gelaten. Verzoeker verklaarde dat zijn brief niet als wrakingsverzoek bedoeld was, maar als verzoek tot vervanging.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ten onrechte als wrakingsverzoek was opgevat en dat het proces in de hoofdzaak moet worden voortgezet zoals het was. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt buiten behandeling gelaten en het proces wordt voortgezet met de oorspronkelijke rechter.