ECLI:NL:RBDHA:2014:16653
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag nadat zijn verzoek om het horen van informanten werd afgewezen. Hij stelde dat dit een schending van zijn recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) betekende en dat de rechters vooringenomen waren.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 6 oktober 2014 en concludeerde dat de rechters onpartijdig moeten worden vermoed tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel bewijzen. De kamer oordeelde dat de afwijzing van het verzoek om informanten te horen een inhoudelijke beslissing is die niet ter beoordeling van de wrakingskamer stond.
De wrakingskamer vond geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De rechtbank had de beslissing van de rechter-commissaris getoetst en dezelfde conclusie getrokken, met de mogelijkheid om het verzoek later opnieuw te beoordelen. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en bepaalde dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en het strafproces wordt voortgezet.