ECLI:NL:RBDHA:2014:16956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid staandehouding en bewaring vreemdeling in doorreis
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, werd op 22 januari 2014 staande gehouden tijdens een Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) controle in een internationale bus op weg naar Parijs. Hij werd vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was omdat hij zich in uitreizend verkeer bevond, wat volgens de jurisprudentie niet aan een MTV-controle mag worden onderworpen.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd bepaald dat uitreizend verkeer alleen mag worden gecontroleerd indien evident is dat het voertuig of de persoon Nederland noodzakelijkerwijs zou verlaten zonder controle. De rechtbank concludeerde dat dit in het onderhavige geval niet vaststond, omdat de bus mogelijk vanwege een pauze of onvoorziene omstandigheden in Nederland had kunnen stoppen.
Daarnaast beoordeelde de rechtbank de gronden voor de bewaring, waaronder het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat de maatregel van bewaring rechtmatig was. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en staandehouding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.