ECLI:NL:RBDHA:2014:17008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens nalaten bescherming te vragen bij lokale autoriteiten
Eiser, een burger van Bosnië-Herzegovina, vroeg asiel aan met het argument dat hij bedreigd werd door de Rode Halve Maan vanwege een niet-afgeloste lening en vreesde gedwongen te worden deel te nemen aan gevechten in Syrië. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet had aangetoond dat hij geen bescherming kon krijgen van de Bosnische autoriteiten en bovendien nagelaten had deze bescherming te vragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verklaringen van eiser geloofwaardig waren, maar dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom het vragen van bescherming bij de autoriteiten gevaarlijk of zinloos zou zijn. Verweerder had op basis van recente landeninformatie gesteld dat Bosnië-Herzegovina in het algemeen bescherming biedt, hetgeen eiser niet had betwist.
Daarom faalde het beroep van eiser op artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, en werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak reeds was beslist.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos op 7 augustus 2014 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming bij de Bosnische autoriteiten gevaarlijk of zinloos is.