ECLI:NL:RVS:2013:708
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid bescherming Kosovo
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 13 oktober 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Kosovaarse autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden tegen mishandeling door haar ex-vriend en broer. Hoewel erkend werd dat zij geen bescherming had gevraagd, is volgens de Raad uit het ambtsbericht en jurisprudentie niet gebleken dat het vragen van bescherming zinloos of gevaarlijk zou zijn.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De overige beroepsgronden die de rechtbank had beoordeeld, werden niet heroverwogen omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.