ECLI:NL:RBDHA:2014:17009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bijzonder ernstig misdrijf
Eiser, een Eritrese nationaliteit hebbende erkend vluchteling, kreeg in 1979 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder introk deze vergunning met terugwerkende kracht tot 2012 en legde een inreisverbod van tien jaar op, gebaseerd op Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat eiser sinds 1984 meerdere veroordelingen heeft, waaronder vermogens- en enkele geweldsdelicten.
Eiser betoogde dat voor intrekking van een verblijfsvergunning asiel een bijzonder ernstig misdrijf vereist is en dat dit niet is aangetoond. Daarnaast stelde hij dat hij sinds het ondergaan van een ISD-maatregel zijn criminele activiteiten heeft verminderd en nu werkt aan zijn verslavingsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet heeft aangetoond dat eiser onherroepelijk is veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf. De glijdende schaal van de Vreemdelingenbesluiten, gebaseerd op de totale duur van straffen, is onvoldoende om de ernst van de feiten vast te stellen. De rechtbank vernietigt het besluit wegens onvoldoende motivering en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij ook de actuele situatie van eiser wordt betrokken.
Het opgelegde inreisverbod vervalt daarmee eveneens. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel en het opleggen van een inreisverbod wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.