ECLI:NL:RBDHA:2014:17012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht EU-burger wegens WWB-uitkering onrechtmatig verklaard
Eiser, een Duitse burger, had sinds 2 september 2008 verblijfsrecht als burger van de Unie in Nederland. Verweerder beëindigde dit verblijfsrecht per 19 juli 2012 vanwege het ontvangen van een WWB-uitkering vanaf januari 2012, stellende dat eiser een onredelijke last vormde voor de Nederlandse publieke middelen.
Eiser stelde dat de beëindiging met terugwerkende kracht onrechtmatig was en dat zijn verblijfsrecht niet eerder dan op het moment van het besluit van 3 december 2013 had mogen eindigen. De rechtbank oordeelde dat het Unierechtelijke rechtszekerheidsbeginsel terugwerkende kracht uitsluit en dat eiser sinds 2 september 2008 onafgebroken legaal verbleef, waardoor hij duurzaam verblijfsrecht heeft opgebouwd volgens artikel 16 van Pro de verblijfsrichtlijn.
De rechtbank stelde vast dat het beroep op sociale bijstand niet automatisch tot beëindiging van het verblijfsrecht leidt en dat een belangenafweging vereist is, waarbij persoonlijke omstandigheden en de duur van het verblijf worden betrokken. Het besluit tot beëindiging werd vernietigd en het primaire besluit van 3 december 2013 werd herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht van eiser is vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens onrechtmatigheid.