ECLI:NL:RBDHA:2019:11905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiseres, een Bulgaarse gemeenschapsonderdaan, verbleef sinds 2007 in Nederland en had een verblijfsdocument als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan. Verweerder stelde bij besluit vast dat haar verblijfsrecht was geëindigd omdat zij niet meer over voldoende middelen van bestaan beschikte, mede door het ontvangen van bijstandsuitkeringen.
Eiseres voerde aan dat zij ononderbroken in Nederland verbleef en een duurzaam verblijfsrecht had, en dat het beroep op bijstand niet tot beëindiging mocht leiden. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij ononderbroken rechtmatig verblijf had, mede door een periode van uitschrijving uit de Basisregistratie Personen en onvoldoende bewijs van verblijf.
De rechtbank bevestigde dat eiseres vanaf 8 september 2014 niet meer voldeed aan de vereisten voor rechtmatig verblijf als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan, en dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitviel. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het gezinsleven met haar moeder slaagden niet. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan wordt beëindigd wegens onvoldoende middelen van bestaan.