ECLI:NL:RBDHA:2014:2733
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging tienjarig inreisverbod aan Iraakse vreemdeling
Verzoeker, een Iraakse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen. Na een eerdere ongewenstverklaring en een inreisverbod van drie jaar, is hem bij het bestreden besluit een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker wel belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen de verzwaring van het inreisverbod, omdat het inreisverbod ambtshalve kan worden opgeheven bij een asielaanvraag.
De rechter stelt vast dat het enige geschilpunt is of uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 15c van de Definitierichtlijn. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de situatie in Irak slecht is, maar niet zodanig uitzonderlijk als bedoeld in artikel 15c. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gezien de beslissing in de hoofdzaak is het verzoek om een voorlopige voorziening eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.J.W. Hermans op 6 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.