ECLI:NL:RBDHA:2014:2921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering verbeurde dwangsom wegens illegale dakopbouw en verbouwing garage
Eisers werden bij besluit gelast een illegale dakopbouw en verbouwing van een garage te beëindigen, met een dwangsom van €25.000 bij niet-naleving binnen acht weken. Na het verstrijken van de termijn werd de dwangsom verbeurd en door verweerder ingevorderd. Eisers voldeden pas na de termijn aan de last en betoogden dat de invordering verjaard was en dat bijzondere omstandigheden tot afzien van invordering leidden.
De rechtbank oordeelde dat de dwangsom terecht verbeurd was omdat de last niet tijdig was nagekomen en dat de invordering binnen de wettelijke termijn was gestart. De stelling van eisers dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard werd verworpen, aangezien het primaire en bestreden besluit tijdig waren genomen. Rechtsbescherming tegen het dwangbevel zelf behoort tot de burgerlijke rechter.
De rechtbank stelde dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat slechts bijzondere omstandigheden tot afzien kunnen leiden. Eisers voerden persoonlijke en financiële omstandigheden aan, waaronder een dreigend faillissement van het bedrijf van eiser [A]. Deze omstandigheden werden onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om af te zien van invordering.
Ten slotte werd geoordeeld dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom het advies van de commissie bezwaarschriften, dat afweek van het besluit tot invordering, niet werd gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de invordering bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van de verbeurde dwangsom.