ECLI:NL:RBDHA:2014:3780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter bij seksuele handelingen tussen jongeren
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. De tenlastelegging betrof onder meer het betasten en seksueel binnendringen van het slachtoffer.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de seksuele handelingen plaatsvonden in de zomer van 2012 tussen jongeren van vergelijkbare leeftijd, zonder dwang of bedreiging. Het slachtoffer had ook met andere jongens seksuele handelingen verricht en kwam vrijwillig terug bij verdachte en zijn medeverdachten.
De verdediging voerde aan dat de handelingen experimenteel en puberaal waren, zonder ontuchtig karakter, en dat er sprake was van een gelijkwaardige relatie. De rechtbank oordeelde dat de wet bescherming biedt aan jongeren, maar dat in dit geval het ontuchtige karakter ontbrak en de handelingen vrijwillig waren.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde het slachtoffer in de kosten van de verdediging, die tot op heden nihil zijn.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van ontuchtig karakter van de seksuele handelingen.