ECLI:NL:RBDHA:2014:3781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 6 maart 2014 een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. De tenlastelegging betrof onder meer het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer en het zich door het slachtoffer laten aftrekken.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 20 februari 2014 werden verklaringen van het slachtoffer, verdachte en medeverdachten besproken. Het slachtoffer had gedurende een langere periode seksuele handelingen verricht met meerdere jongens, waaronder de verdachte. De verdediging voerde aan dat het ontuchtige karakter ontbrak vanwege het geringe leeftijdsverschil, vrijwilligheid van het slachtoffer en veranderde sociaal-ethische normen.
De rechtbank oordeelde dat de seksuele handelingen niet wettig en overtuigend als ontuchtig konden worden aangemerkt. Er was geen sprake van dwang of ondergeschiktheid en het slachtoffer had vrijwillig deelgenomen. Ook ontbrak bewijs voor het tweede feit. De verdachte werd vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij had een vordering tot immateriële schadevergoeding van € 2000,- ingediend, die de officier van justitie deels wilde toewijzen. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij echter niet-ontvankelijk omdat de verdachte was vrijgesproken. De kosten van de verdediging werden begroot op nihil en de benadeelde partij werd veroordeeld in die kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.