ECLI:NL:RBDHA:2014:4736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijheidsbeperkende maatregel wegens gebrek aan terugkeerinspanningen
Eiser, van Iraakse nationaliteit, was onderworpen aan een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, opgelegd vanwege zijn verblijf in een tentenkamp en gekoppeld aan een vertrektraject. Verweerder beëindigde deze maatregel omdat eiser onvoldoende medewerking verleende aan zijn terugkeer naar zijn land van herkomst.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is het beroep te behandelen, ondanks wijzigingen in de Regeling rechtstreeks beroep en de toepasselijkheid van bezwaarprocedures. De rechtbank stelt vast dat de maatregel een tijdelijke oplossing was, afhankelijk van de inspanningen van eiser om terug te keren.
Uit het dossier blijkt dat eiser niet is verschenen bij vertrekgesprekken en geen andere aanwijzingen heeft gegeven van actieve terugkeer-inspanningen. Ook heeft eiser geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd die beëindiging van de maatregel zouden rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat de beëindiging zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.