Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2014 in de zaak tussen
Stichting De Faunabescherming, te Amstelveen, eiseres
het College van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder
Stichting FaunabeheereenheidZuid-Holland, te Dordrecht, hierna te noemen “ de Fbe”,
Procesverloop
een ontheffing in de zin van artikel 68, eerste lid, onder e, van de Flora- en faunawet (Ffw) gelezen in samenhang met artikel 4, eerste lid, onder d van het Besluit Beheer en Schadebestrijding Dieren (het Besluit) verleend voor het doden van konijnen met gebruikmaking van geweer en kunstmatige lichtbron, tussen zonsondergang en zonsopgang in de geopende jachtperiode (15 augustus tot en met 31 januari in het daaropvolgende jaar, tot uiterlijk 31 januari 2015) en buiten het geopende jachtseizoen van één uur voor zonsopgang tot één uur na zonsopgang, tot uiterlijk 14 augustus 2017, op het golfterrein van de Koninklijke Haagsche Golf & Countryclub (de KHG&C) te Wassenaar.
Overwegingen
16 december 2010 (ECLI:NL:RBLEE:2010:BP0812) heeft de rechtbank geoordeeld dat het gebruik van kunstmatige lichtbronnen bij het doden van vossen ter voorkoming van schade is verboden op grond van de Beschikking middelen, omdat het gebruik daarin niet staat genoemd. In de hoger beroepszaak heeft de AbRS prejudiciële vragen gesteld aan het Benelux-Gerechtshof over, onder meer, het toepassingsbereik van de Beschikking middelen. Het Gerechtshof heeft op 22 maart 2013 uitspraak gedaan (nr. A 2011/2/10) waarbij onder meer is geoordeeld dat het begrip ‘jacht’ in artikel 4, tweede lid, van de Benelux-Overeenkomst ook omvat de jacht op een als ‘overig wild’ aangewezen diersoort met het oog op de bestrijding van schade. Voorts heeft het Gerechtshof geoordeeld dat voor de periode vanaf 24 april 2012 (de datum van de gewijzigde werkingssfeer van de Beschikking middelen) heeft te gelden dat het toepassingsgebied van de Beschikking middelen is beperkt tot de uitoefening van de jacht en zich niet uitstrekt tot schadebestrijding en/of de belangen van, onder meer, de openbare veiligheid en/of de volksgezondheid. In navolging van deze uitspraak heeft de AbRS op 4 december 2013 in de hoger beroepszaak (nr. 01100944/1/A3-A) geoordeeld dat de rechtbank Leeuwarden de ontheffing terecht heeft herroepen omdat deze dateerde van vóór 24 april 2012 en de Beschikking middelen tot die datum ook van toepassing was op het doden van vossen in het kader van de bestrijding van schade.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven voor zover het betreft de aan de Fbe verleende ontheffing;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten van € 974,-.