ECLI:NL:RBDHA:2014:5235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en mishandeling
Eiser, een Ghanees, diende in 2011 en opnieuw in 2013 een asielaanvraag in. De eerste aanvraag werd afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van zijn identiteit en zijn verhaal over mishandeling als slaaf. De tweede aanvraag berustte op mishandeling op jonge leeftijd en een recent gestelde homoseksuele geaardheid.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen over mishandeling en homoseksualiteit geen nieuw gebleken feiten zijn die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie en het arrest Bahaddar, en stelt dat eiser zijn seksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat hij deze pas kort voor uitzetting naar voren bracht.
De rechtbank weegt ook de UNHCR-richtlijnen en de EU-Definitierichtlijn mee, maar ziet geen reden om de procedure aan te houden voor prejudiciële vragen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en mishandeling.