Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
STICHTING PAPERCLIP,
NEDERLANDSE CHRISTELIJKE RADIO VERENIGING (NCRV),
1.De procedure
- de inleidende dagvaarding van 25 april 2013, met producties 1 tot en met 16;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 16;
- het tussenvonnis van 17 juli 2013, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 14 november 2013 met vooraf gegeven pleitmogelijkheid, met de daarin genoemde stukken, te weten: de pleitaantekeningen van de advocaten van partijen, de akte met producties 17 tot en met 19 van de Stichting, de akte met producties 17 tot en met 20 van NCRV, de brief van 13 november 2013 met een proceskostenoverzicht van de Stichting, de brief van 12 november 2013 met een proceskostenoverzicht van NCRV.
2.De feiten
beeld- en/of geluidsdragers.
3.Het geschil
primair: NCRV te bevelen de inbreuk op het eerste PAPERCLIP-merk te staken, in het bijzonder het gebruik van de naam “Paperclip” en/of “NCRV Paperclip” te staken voor het weergeven en/of overdragen van beeld en/of geluid; (2)
subsidiair: NCRV te bevelen de inbreuk op het tweede merk PAPERCLIP te staken, in het bijzonder het gebruik van de naam “Paperclip” en/of “NCRV Paperclip” te staken voor het weergeven en/of overdragen van beeld en/of geluid;
primair en subsidiair: (3) voor recht te verklaren dat NCRV door het onder de naam “Paperclip” en/of “NCRV Paperclip” weergeven en/of overdragen van beeld en/of geluid inbreuk maakt op het eerste, althans het tweede PAPERCLIP-merk; (4) NCRV te bevelen een rectificatiebrief te zenden aan de abonnees van NCRV Paperclip; (5) NCRV te bevelen voornoemde rectificatiebrief op de homepage van de haar website te plaatsen; (6) NCRV te bevelen dwangsommen te betalen in geval van overtreding van de hiervoor genoemde bevelen; (7) NCRV te veroordelen in de volledige proceskosten conform artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).