ECLI:NL:RBDHA:2014:5581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pseudo-eindheffing hoog loon in strijd met wetssystematiek en mensenrechten afgewezen
Eiseres heeft in 2012 aan werknemers met een loon boven €150.000 bonussen toegekend en hierover in 2013 pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen. Zij betwist de heffing op grond van strijd met de wetssystematiek en internationale mensenrechtenverdragen.
De rechtbank stelt vast dat artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 uitdrukkelijk de pseudo-eindheffing regelt als afwijking van de normale loonbelastingheffing. De heffing is gebaseerd op het loon uit 2012 en is ingevoerd als onderdeel van het Begrotingsakkoord 2013 om het begrotingstekort terug te dringen.
De rechtbank oordeelt dat de heffing niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat deze een wettelijke basis heeft, voorzienbaar is en binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt. Ook is er geen sprake van een disproportionele last voor eiseres. Ten aanzien van artikel 26 van Pro het IVBPR is geoordeeld dat de ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is en niet willekeurig.
Daarom worden de beroepen ongegrond verklaard en wordt de pseudo-eindheffing bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de pseudo-eindheffing hoog loon worden ongegrond verklaard en de heffing bevestigd.