ECLI:NL:RBDHA:2014:5588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pseudo-eindheffing hoog loon en strijd met EVRM en IVBPR
Eiseres, onderdeel van een groot concern met werknemers die meer dan € 150.000 loon genoten in 2012, heeft pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen over het tijdvak maart 2013. Zij betwist deze heffing op grond van strijd met de wetssystematiek, het EVRM en het IVBPR. De rechtbank overweegt dat artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 uitdrukkelijk bepaalt dat de pseudo-eindheffing in afwijking van de wet wordt geheven, waardoor de heffing wetstechnisch toelaatbaar is.
De rechtbank beoordeelt verder dat de heffing geen ontoelaatbare aantasting van het eigendomsrecht inhoudt zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De heffing heeft een wettelijke basis, is voorzienbaar en biedt procedurele garanties. De maatregel is proportioneel en berust op een redelijke afweging van het algemeen belang, namelijk het terugdringen van het begrotingstekort in 2013.
Ten aanzien van artikel 26 van Pro het IVBPR oordeelt de rechtbank dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale maatregelen en dat de keuze voor een werkgeversheffing niet evident van redelijke grond is ontbloot. De pseudo-eindheffing is geen willekeurige maatregel en het beroep faalt ook op dit punt. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de pseudo-eindheffing hoog loon wordt ongegrond verklaard.