ECLI:NL:RBDHA:2014:5589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pseudo-eindheffing hoog loon niet in strijd met wet en mensenrechten
Eiseres, onderdeel van een groot concern, heeft in maart 2013 pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen over het loon van werknemers met een salaris boven €150.000. Zij betwist deze heffing op grond van strijd met de wetssystematiek, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 26 van Pro het IVBPR.
De rechtbank oordeelt dat artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 uitdrukkelijk bepaalt dat de pseudo-eindheffing in afwijking van andere bepalingen wordt geheven, waardoor de heffing wettelijk is toegestaan. De vermeende terugwerkende kracht wordt gerechtvaardigd door de noodzaak tot snelle uitvoering van begrotingsmaatregelen.
Verder is er geen ontoelaatbare aantasting van eigendomsrecht volgens artikel 1 EP Pro, omdat de maatregel binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en proportioneel is. Ook het beroep op artikel 26 IVBPR Pro faalt, omdat de werkgeversheffing een objectieve en redelijke grond heeft en niet willekeurig is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de pseudo-eindheffing blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de pseudo-eindheffing hoog loon wordt ongegrond verklaard en de heffing blijft van kracht.