ECLI:NL:RBDHA:2014:5651
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Den Haag heeft op 8 april 2014 besloten een woning te sluiten voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden drugs en bewerkingsmateriaal voor hennep. Verzoekers, gebruikers van de woning, maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op 7 mei 2014 zitting gehouden en het verzoek afgewezen.
De rechter overwoog dat de burgemeester op grond van de bestuurlijke rapportage redelijkerwijs kon aannemen dat er sprake was van handelshoeveelheden drugs (17,55 kilogram) en dat de drugs niet uitsluitend voor eigen gebruik bestemd waren. De bevoegdheid tot sluiting volgt uit artikel 13b van de Opiumwet, dat ook toepassing vindt indien drugs aanwezig zijn met de bestemming tot verkoop, aflevering of verstrekking.
De voorzieningenrechter benadrukte dat voor de toepassing van artikel 13b geen aantasting van het woon- of leefklimaat vereist is en dat de burgemeester de bevoegdheid strikt uitvoert om gezondheidsrisico's en overlast te beperken. Het bezwaar van verzoekers tegen het besluit heeft geen redelijke kans van slagen, mede omdat zij als gebruikers verantwoordelijk zijn voor het pand. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet is afgewezen.