ECLI:NL:RVS:2004:AP0351
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H. Troostwijk
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake sluiting horeca-inrichting op grond van Opiumwet
Appellant, de burgemeester van Heerlen, heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet de sluiting bevolen van een horeca-inrichting voor twaalf maanden vanwege de aanwezigheid van harddrugs ten behoeve van verkoop. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van de exploitant gegrond en vernietigde het besluit tot sluiting.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester op basis van politie-rapporten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er regelmatig harddrugs aanwezig waren in de inrichting. De rechtbank heeft ten onrechte het feitencomplex niet als voldoende bewijs erkend. Het gemeentelijke coffeeshopbeleid is niet van toepassing omdat dit alleen softdrugs betreft.
Verder is van belang dat persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant niet relevant is voor de sluitingsmaatregel. De Raad van State verklaart het hoger beroep van de burgemeester gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de exploitant ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de horeca-inrichting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.