ECLI:NL:RBDHA:2014:6245
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Soedanese Masalit met beroep ongegrond verklaard
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende man die stelt tot de Masalit-bevolkingsgroep uit Zuid-Darfur te behoren, diende op 17 april 2014 een opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen en hoger beroep waren afgewezen. De rechtbank beoordeelde of nieuw ingebrachte documenten en omstandigheden (nova) aanleiding gaven tot hernieuwde toetsing van het besluit van 25 april 2014 tot afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde documenten, waaronder schoolverklaringen, brieven van Darfur Union en een verklaring van de Soedanese ambassade, geen nieuwe feiten bevatten die de eerdere afwijzing konden wijzigen. Diverse documenten waren niet authentiek, niet relevant voor herkomst of etniciteit, of reeds beoordeeld in eerdere procedures. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden zoals vereist volgens jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht aannam dat eiser zich aan het toezicht kan onttrekken, gelet op zijn vertrekplicht, onjuiste gegevens, gebrek aan vaste woonplaats en onvoldoende middelen. Daarom was het opleggen van een inreisverbod gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.