ECLI:NL:RBDHA:2014:6274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan na belangenafweging volgens Vreemdelingenwet
Eiseres, een Roemeense gemeenschapsonderdaan, had sinds 2008 rechtmatig verblijf in Nederland en ontving een verblijfsdocument voor zelfstandige arbeid. Na een periode van ruim tweeënhalf jaar waarin zij een beroep deed op publieke middelen, besloot verweerder haar verblijfsrecht te beëindigen en het verblijfsdocument in te trekken.
Eiseres voerde aan dat haar verblijfsrecht niet zonder meer beëindigd mocht worden en dat een belangenafweging met inachtneming van haar persoonlijke omstandigheden noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat verweerder deze belangenafweging wel degelijk had verricht, conform de artikelen 8.7 tot en met 8.25 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarin de implementatie van Richtlijn 2004/38 is verwerkt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet als werknemer kan worden aangemerkt en niet langer zelfstandige is. Verweerder heeft terecht meegewogen dat eiseres langdurig een beroep deed op publieke middelen en dat zij het risico had genomen door zonder vrije toegang tot de arbeidsmarkt in Nederland te verblijven. De door eiseres aangevoerde omstandigheden, zoals zwangerschap en gezinsleven, werden onvoldoende onderbouwd of wogen niet zwaarder dan het belang van de Nederlandse overheid.
De rechtbank concludeerde dat het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht rechtmatig is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van haar verblijfsrecht wordt bevestigd.