Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2014
[eiser],
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Het procesverloop
De beoordeling
gis.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige uit Nicaragua, heeft sinds 2007 in Nederland verbleven zonder geldige verblijfsvergunning. Na afwijzing van zijn aanvraag en bezwaar tegen de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, stelde de rechtbank eerder dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn gezins- en privéleven. Verweerder handhaafde de afwijzing met het argument dat eiser niet voldeed aan het mvv-vereiste en dat geen sprake was van strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de omstandigheden van eiser, zoals zijn minderjarigheid, schoolgang en langdurig verblijf, weliswaar heeft betrokken bij de beoordeling van de hardheidsclausule, maar dat de belangenafweging niet deugdelijk is gemotiveerd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiser onder toezicht stond en psychiatrische behandeling ontvangt, dat het contact met zijn biologische moeder verbroken is, en dat het risico op misbruik van het verblijfsrecht ontbreekt.
Verder is vastgesteld dat het familie- en gezinsleven met de pleegouder is verbroken, waardoor vrijstelling op die grond niet van toepassing is. De rechtbank concludeert dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden kenbaar heeft betrokken in de belangenafweging zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.