ECLI:NL:RVS:2013:2069
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending privéleven artikel 8 EVRM
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een afwijzende uitspraak van de rechtbank, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op eerbiediging van het privéleven is vastgelegd. De vreemdeling stelde dat zijn langdurige verblijf sinds jeugdige leeftijd, zijn onderwijs en sociale netwerk in Nederland en het ontbreken van banden met zijn landen van herkomst onvoldoende waren meegewogen.
De staatssecretaris stelde dat geen sprake was van zeer langdurig verblijf zoals vereist volgens jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en dat de keuze van de vader om naar Nederland te komen aan de vreemdeling kon worden toegerekend. De Afdeling oordeelde echter dat de belangenafweging niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de bijzondere omstandigheden van de vreemdeling onvoldoende waren betrokken.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 8 EVRM.