ECLI:NL:RBDHA:2014:7980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- J.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzet opslag versnijdingsmiddelen
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die in een gehuurde opslagruimte grote hoeveelheden lidocaïne, benzocaïne, mannitol en inositol had opgeslagen. Verdachte verklaarde deze goederen voor een onbekende persoon te hebben bewaard, zonder te weten dat het om illegale versnijdingsmiddelen ging.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van dertig maanden wegens het voorbereiden van een strafbaar feit onder de Opiumwet. De rechtbank oordeelde echter dat het geen feit van algemene bekendheid is dat de genoemde stoffen als versnijdingsmiddelen worden gebruikt en dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze stoffen daarvoor bestemd waren.
Hoewel er een vermoeden was dat verdachte betrokken was bij drugshandel, werd dit niet ondersteund door het dossier, omdat er geen drugs werden aangetroffen in opslagruimte, auto’s of woning. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van opzet.
De teruggave van inbeslaggenomen goederen, waaronder voertuigen, mobiele telefoons, computers en geld, werd gelast. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 20 juni 2014.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat hij wist dat de opgeslagen stoffen als versnijdingsmiddelen werden gebruikt.