Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juni 2014 in de zaak tussen
[eiseres], geboren op [1964], van onbekende nationaliteit, eiseres, samen te noemen: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier op grond van de overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen, maar deze werd afgewezen omdat eiser op de startdatum van de peilperiode niet jonger was dan 21 jaar, een voorwaarde van de regeling.
De rechtbank oordeelt dat het leeftijdscriterium van 21 jaar in de overgangsregeling gerechtvaardigd is als coulance voor meerderjarige vreemdelingen die net de meerderjarigheid hadden bereikt. De regeling is begunstigend beleid en de staat heeft een andere verantwoordelijkheid voor minderjarige dan meerderjarige vreemdelingen.
Een beroep op bijzondere omstandigheden, de hardheidsclausule en discretionaire bevoegdheid slaagt niet omdat de aangevoerde omstandigheden binnen de reikwijdte van het beleid vallen en geen onbillijkheid van overwegende aard opleveren. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat eisers nooit rechtmatig verblijf hadden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen wegens gebrek aan motivatie en verschil met andere gevallen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens het niet voldoen aan het leeftijdscriterium van de overgangsregeling.