ECLI:NL:RVS:2009:BJ7520
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld. De minister had in zijn besluit van 13 februari 2008 een gemotiveerd standpunt ingenomen over de bijzondere omstandigheden in het kader van artikel 4:84 van Pro de Awb, maar de rechtbank had dit ten onrechte niet erkend. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Verder oordeelde de Raad dat de minister onvoldoende de belangenafweging had gemaakt zoals vereist onder artikel 7:12 van Pro de Awb en de criteria van het EVRM-artikel 8, met name de Boultif-criteria. De minister had onvoldoende rekening gehouden met het gezinsleven van de vreemdeling, de Nederlandse nationaliteit van zijn partner en kinderen, en de ernst en ouderdom van het gepleegde misdrijf.
De Raad van State verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van 13 februari 2008 en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.