ECLI:NL:RBDHA:2014:9602
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand kinderopvang op sociaal-medische grondslag onvoldoende gemotiveerd
Verzoekers hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor kinderopvangkosten op sociaal-medische grondslag vanwege de gezondheidstoestand van verzoekster, die diverse aandoeningen heeft en niet in staat is zorg en huishouden te combineren. De gemeente Gouda wees de aanvraag af omdat volgens haar de draagkracht van verzoekers voldoende was om de kosten zelf te dragen, zonder te onderzoeken of sprake was van een sociaal-medische indicatie.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente niet heeft voldaan aan de toetsingsvolgorde zoals voorgeschreven door de Centrale Raad van Beroep, die vereist dat eerst wordt beoordeeld of de kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, alvorens draagkracht te beoordelen. Ook ontbrak een juiste motivering en was het besluit niet gebaseerd op de juiste wettelijke grondslag.
De voorzieningenrechter wijst erop dat de beleidsregels van Gouda niet afdoen aan deze wettelijke criteria en dat draagkracht alleen niet automatisch tot afwijzing mag leiden. De voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat toewijzing niet passend is gezien de aard van de kinderopvang, maar de gemeente wordt opgedragen uiterlijk 29 augustus 2014 een nieuw besluit te nemen, waarbij zij de sociaal-medische indicatie en financiële situatie zorgvuldig moet onderzoeken.
Tot slot wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan verzoekers vanwege de gebreken in het bestreden besluit.
Uitkomst: De gemeente wordt opgedragen binnen de gestelde termijn opnieuw te beslissen op het bezwaar met inachtneming van de juiste toetsingsvolgorde en motivering.