Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres],
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij haar echtgenoot, de referent, die een arbeidsovereenkomst had bij een bedrijf. Tijdens de aanvraagperiode werd de arbeidsovereenkomst van de referent beëindigd, maar noch eiseres noch referent hebben dit aan de IND gemeld. Verweerder trok daarom de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en legde een inreisverbod op.
Eiseres voerde aan dat zij geen meldingsplicht had omdat de arbeidsovereenkomst nog geldig was op het moment van de aanvraag en de kennisgeving, en dat de intrekking in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank oordeelde echter dat de aanvraagperiode pas eindigde bij de daadwerkelijke afgifte van de mvv en dat eiseres en referent hadden moeten begrijpen dat het beëindigen van het dienstverband invloed had op het verblijfsrecht.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat de belangenafweging van verweerder zorgvuldig was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die gezinshereniging in Marokko onmogelijk maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.