ECLI:NL:RVS:2014:3748
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste of achtergehouden gegevens. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het besluit tot verlening van de verblijfsvergunning pas op 1 mei 2012 bekend was gemaakt en in werking was getreden, terwijl het dienstverband van de echtgenoot van de vreemdeling op 19 april 2012 was beëindigd, waardoor het middelenvereiste niet meer werd voldaan. De Raad van State oordeelde echter dat de datum van bekendmaking niet bepalend is voor het oordeel over het verstrekken van onjuiste gegevens, maar de datum van het besluit zelf. Omdat het besluit op of vóór 13 april 2012 was genomen en het dienstverband pas daarna was beëindigd, kon de vreemdeling niet worden verweten dat zij onjuiste gegevens had verstrekt.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Tevens werd het griffierecht opgelegd. Hiermee werd het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.