ECLI:NL:RBDHA:2015:1027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging halfwezenuitkering op grond van Wet vereenvoudiging regeling SVB niet in strijd met artikel 1 EP
Eiser ontving sinds 1 juni 2007 een halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Door de Wet vereenvoudiging regeling SVB is deze uitkering met ingang van 1 oktober 2013 komen te vervallen en geïntegreerd in de nabestaandenuitkering. Verweerder beëindigde de halfwezenuitkering en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
Eiser stelde dat de beëindiging een schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens oplevert, omdat geen rechtvaardig evenwicht zou bestaan tussen het algemeen belang en de bescherming van individuele rechten. Ook zou zijn persoonlijke situatie onvoldoende zijn onderzocht en zou de overgangstermijn te kort zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de halfwezenuitkering een eigendomsontneming is, maar dat deze ontneming bij wet is voorzien en een legitiem algemeen belang dient. De wijziging sluit beter aan bij het behoefteprincipe van de Anw. Bovendien is er een overgangsperiode van zes maanden gehanteerd, wat redelijk is. Eiser kan aanspraak maken op andere voorzieningen zoals kinderbijslag en het kindgebonden budget, maar heeft ervoor gekozen deze niet te benutten. Dit persoonlijke keuzeaspect weegt mee in de proportionaliteitstoets.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een onevenredig zware last voor eiser en dat de beëindiging van de halfwezenuitkering niet in strijd is met artikel 1 EP Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de halfwezenuitkering.