Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
heeft het volgende opgeleverd.
Rechtbank Den Haag
The Royal Bank of Scotland (RBS) vordert dat de aan gedaagde opgelegde verboden en geboden uit het vonnis van 26 september 2012 opnieuw uitvoerbaar bij lijfsdwang worden verklaard voor maximaal vijf jaar. Dit wegens herhaaldelijke overtredingen na het verlopen van een eerdere termijn van uitvoerbaarheid bij lijfsdwang.
De verboden betreffen onder meer het contactverbod met RBS-medewerkers, het verbod op gebruik van RBS-identiteit en het verbod op het verspreiden van fraudebeschuldigingen en persoonsgegevens van RBS-medewerkers. Gedaagde heeft ondanks eerdere vonnissen en dwangsommen deze verboden overtreden door onder meer e-mails te sturen, tweets te plaatsen en identiteitsgebruik.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is de verboden na te komen en dat andere dwangmiddelen onvoldoende effectief zijn gebleken. Daarom is het hernieuwd uitvoerbaar verklaren bij lijfsdwang gerechtvaardigd. De lijfsdwang wordt beperkt tot specifieke Twitter-accounts, een webpagina, een LinkedIn-account en een Facebookpagina.
Daarnaast worden de verboden en geboden ook opgelegd ten behoeve van voormalige en huidige medewerkers van RBS en raadslieden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verboden en geboden uit het vonnis van 2012 worden voor vijf jaar uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard wegens herhaalde overtredingen door gedaagde.