Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 12 augustus 2015 ingekomen verzoek van:
[verzoekster]
[verweerder] ,
Procedure
- het verweerschrift;
- de brief d.d. 10 september 2015, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen naar Liberia, ingediend door de moeder. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit en de kinderen hadden hun gewone verblijfplaats in Liberia na emigratie in 2013. De vader voerde verweer en stelde onder meer dat terugkeer ernstige risico's voor de kinderen zou inhouden en dat een van de kinderen zich tegen terugkeer verzette.
De rechtbank stelde vast dat Liberia geen partij is bij het Haagse Verdrag, maar dat de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering van toepassing is. De rechtbank paste de regels van het Verdrag naar analogie toe, rekening houdend met het EVRM. De rechtbank concludeerde dat de kinderen ongeoorloofd in Nederland werden vastgehouden, omdat de moeder het gezag heeft en de gewone verblijfplaats van de kinderen in Liberia ligt.
De door de vader aangevoerde weigeringsgronden, waaronder het risico op lichamelijk of geestelijk gevaar en het verzet van een minderjarige, werden verworpen. De rechtbank vond het bewijs onvoldoende concreet en de minderjarige was te jong om haar mening doorslaggevend te laten zijn. De rechtbank gelastte de terugkeer uiterlijk 21 oktober 2015, met de mogelijkheid voor de moeder om de kinderen zelf terug te brengen indien de vader nalaat dit te doen.
Verzoeken tot voorlopige voogdij en kostenveroordeling werden afgewezen. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen. De beschikking is uitgesproken door drie kinderrechters en kan binnen twee weken worden bestreden door hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarigen naar Liberia uiterlijk 21 oktober 2015.