ECLI:NL:RBDHA:2015:11786
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering herbeoordeling aanbesteding baarmoederhalskankeronderzoek ondanks belangenverstrengeling adviseur Gezondheidsraad
De zaak betreft een kortgedingprocedure tussen Hologic Netherlands B.V. en de Staat der Nederlanden over de aanbesteding van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Hologic betwistte de keuze voor een hrHPV-test gebaseerd op DNA-detectie en PCR-technologie en vorderde herbeoordeling van de aanbestedingsprocedure.
Na eerdere procedures is gebleken dat een adviseur van de Gezondheidsraad, prof. [A], zakelijke belangen had verzwegen die mogelijk invloed hadden op het advies dat leidde tot de aanbestedingseisen. De minister liet de Gezondheidsraad dit onderzoeken, waarna het advies ongewijzigd bleef. Hologic stelde dat deze nieuwe feiten aanleiding waren de aanbesteding te herzien.
De rechtbank oordeelde dat het arrest van het gerechtshof gezag van gewijsde heeft en dat de nieuwe feiten omtrent de belangenverstrengeling niet leiden tot herbeoordeling van de aanbesteding. De Gezondheidsraad heeft het advies voldoende gemotiveerd gehandhaafd en er is geen bewijs dat de integriteit van het advies of de aanbesteding is aangetast. Hologic werd niet-ontvankelijk verklaard en de voorlopige gunning aan Roche werd bevestigd.
De rechtbank veroordeelde Hologic in de proceskosten en wees de vorderingen van Roche tot definitieve gunning aan haar toe af wegens gebrek aan belang na de beslissing over Hologic. De procedure bevestigt het belang van het gezag van gewijsde en de zorgvuldigheid van het adviesproces ondanks belangenconflicten.
Uitkomst: Hologic wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en de voorlopige gunning aan Roche blijft in stand.