Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2015 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 18, tweede lid, Vo 604/2013, bepaalt, voor zover van belang, dat voor de in lid 1, onder c bedoelde gevallen, indien de verantwoordelijke lidstaat de behandeling van een verzoek had gestaakt omdat de verzoeker het verzoek had ingetrokken voordat in eerste aanleg een beslissing ten gronde was genomen, die lidstaat ervoor zorgt dat de verzoeker gerechtigd is te verzoeken dat de behandeling van zijn verzoek wordt afgerond, of een nieuw verzoek om internationale bescherming in te dienen dat niet wordt behandeld als een volgend verzoek als bedoeld in Richtlijn 2013/32/EU. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat de behandeling van het verzoek wordt afgerond.
Uit de door eiseres overgelegde informatie van HHC van 7 augustus 2015 blijkt de bezorgdheid van HHC dat de nieuwe Hongaarse asielwetgeving zal leiden tot onzorgvuldige asielprocedures, mede vanwege de kwalificatie van Servië als veilig derde land, en tot het ontbreken van toegang tot het recht na een afwijzende beslissing. Ook is de kans op vreemdelingendetentie reëel. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank echter niet aannemelijk gemaakt dat de huidige Hongaarse asielwetgeving, op punten in strijd zou zijn met Europees recht en dat een terugkerende Dublinclaimant in het algemeen, en eiseres in het bijzonder, geen toegang zou hebben tot de Hongaarse rechter om over tekortkomingen te klagen en dit indien nodig voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het HvJ-EU) of het EHRM. De stelling van eiseres dat dit in de praktijk nagenoeg onmogelijk is, acht de rechtbank in het geval van Dublinclaimanten zoals eiseres, wier aanvraag inhoudelijk zal worden beoordeeld en bij wie tegenwerping van verblijf in een veilig derde land niet aan de orde is, onvoldoende om aan te nemen dat een afwijzend asielbesluit niet ter toetsing aan de Hongaarse rechter zal kunnen worden voorgelegd.
In aanvullende beroepsgronden van 28 augustus 2015 en 14 september 2015 stelt eiseres voorts dat in Hongarije een crisis is ontstaan door de grote toevloed van asielzoekers, waardoor het systeem is overbelast waardoor goede opvang, zeker voor kwetsbare personen zoals eiseres en haar jonge kinderen, op afzienbare termijn niet mogelijk is. Hierbij verwijst eiseres naar de informatie van het HHC van 7 augustus 2015 en nog een aantal stukken, te weten:
- het bericht NZZ van 4 september 2015: “Flüchtlinge brechen zu Fuss auf”;
- het bericht van het live blog Der Standard.at van 11 september 2015: “Tausende kamen nach Österreich”;
- het bericht uit Der Spiegel van 12 september 2015: “Orbán zu Flüchtlinge: Es gibt kein recht auf ein besseres Leben”; en
- twee uitspraken van Duitse rechtbanken, te weten het Verwaltungsgericht München van 4 augustus 2015 en het Verwaltungsgericht Kassel van 24 juli 2015.
minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, bejaarden, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen en personen die gefolterd of verkracht zijn of andere ernstige vormen van psychisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan.De eerste Opvangrichtlijn is inmiddels vervangen door Richtlijn 2013/33/EU, waarin in artikel 21 dezelfde Pro (en andere) categorieën vreemdelingen zijn aangewezen als kwetsbare vreemdelingen. Uit artikel 22 van Pro de herziene Opvangrichtlijn volgt dat de lidstaten voor die vreemdelingen beoordelen of, en zo ja welke, specifieke opvangbehoefte er bestaat. In het arrest van het EHRM van Popov tegen Frankrijk van 19 januari 2012 (ECLI:NL:XX:2012:BW0609, r.o. 91) is overwogen dat kinderen in ieder geval specifieke behoeften hebben in verband met hun leeftijd en afhankelijkheid.
Verder volgt uit het arrest van het EHRM in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland van
4 november 2014 (nr. 29217/12, JV 2014/384) dat overdracht naar Italië alleen mogelijk is als er voldoende concrete garanties zijn om te waarborgen dat het gezin bij elkaar kan blijven en de opvang passend is voor de kinderen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 11 juni 2015;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 980,00;
- bepaalt dat verweerder de proceskostenveroordeling uitkeert aan eiseres.