Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 500,-.
1.049,-.
€ 51,-.
[slachtoffer 1] afwijzen, aangezien
[slachtoffer 2], voor zover deze betrekking heeft op een bedrag als vergoeding ter zake van immateriële schade tot een bedrag van € 300,- naar billijkheid toewijsbaar, nu namens de verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde feit.
€ 300,-.
€ 300,-,ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 2].
[slachtoffer 3]is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde feit.
€ 51,-.
€ 51,-,ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 3].
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
93 DAGENniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
2 jarenonder de
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
[slachtoffer 1]af;
[slachtoffer 2], een bedrag van
€ 300,-;
€ 300,-,ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 2];
6 dagen;
[slachtoffer 3], een bedrag van
€ 51,-;
€ 51,-,ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 3];
1 dag;