ECLI:NL:RBDHA:2015:12423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- G.A. Bouter-Rijksen
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende middelen ondanks beroep op associatierecht en gezinsherenigingsrichtlijn
De referent, met de Turkse en Nederlandse nationaliteit, diende een mvv-aanvraag in voor zijn Turkse echtgenote en haar dochter. De aanvraag werd afgewezen omdat de referent een bijstandsuitkering ontvangt en niet voldoet aan het middelenvereiste. Eiseressen konden geen rechten ontlenen aan het Besluit 1/80 omdat de referent geen werknemer is, waardoor de standstillbepaling niet van toepassing is.
Ook het beroep op artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol faalde omdat dit alleen rechten toekent aan Turkse zelfstandigen zelf. De rechtbank oordeelde dat het middelenvereiste niet in strijd is met de gezinsherenigingsrichtlijn, mede gelet op het arrest Chakroun, en dat het referent niet is gebleken dat hij geheel en blijvend arbeidsongeschikt is.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd eveneens verworpen omdat de belangenafweging niet leidde tot een positieve verplichting tot verblijfstoekenning. De rechtbank concludeerde dat de gezinshereniging ook in Turkije mogelijk is en dat er geen onrechtmatigheid is in het bestreden besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende middelen van bestaan.