Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn biseksuele geaardheid en politieke activiteiten in zijn land van herkomst. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de politieke activiteiten en de biseksuele geaardheid.
De rechtbank stelt dat de rechter in asielzaken een volledig en ex nunc onderzoek moet doen naar de feitelijke en juridische gronden, waarbij ook nieuw gebleken feiten betrokken moeten worden. Dit volgt uit Europese richtlijnen en jurisprudentie van het Hof van Justitie en het EHRM, met bijzondere aandacht voor het absolute verbod van refoulement.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de verklaringen over politieke activiteiten ongeloofwaardig achtte, vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan onderbouwing. Echter, het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. De interne werkinstructie en de gehanteerde thema’s zijn algemeen en niet nader uitgewerkt, en er is geen specifieke vragenlijst ontwikkeld.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het betrekking heeft op de seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen, en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €980.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.