Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de Combinatie] V.O.F.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
verbintenisom vorderingen niet over te dragen.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft de geldigheid van een cessie van een vordering van een failliete onderaannemer (BenW) op een hoofdaannemer (de Combinatie). De vordering was gecedeerd door de curator aan de voormalig bestuurder van BenW, [eiser]. De Combinatie verweerde zich met een beroep op een in de overeenkomst opgenomen cessieverbod.
De rechtbank oordeelde dat het cessieverbod slechts verbintenisrechtelijke werking heeft en niet goederenrechtelijke werking, waardoor de cessie geldig is. De curator en [eiser] hebben niet in strijd met de goede zeden gehandeld bij het sluiten van de cessieovereenkomst. De vordering is daarom toewijsbaar aan [eiser].
Verder werd geoordeeld dat een deel van de vordering is verjaard en dat het verrekenverweer van de Combinatie nader onderzoek vereist. De procedure wordt voortgezet met bewijslevering over garanties en schadeposten. De zaak is aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De cessie is geldig, de vordering wordt toegewezen tot € 225.314,02 en het meerdere afgewezen wegens verjaring; bewijslevering over verrekenverweer wordt gelast.