Uitspraak
Machtiging tot uithuisplaatsing
Beschikking op het op 22 januari 2015 ingekomen verzoekschrift van:
Procedure
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
juni 2015;
Rechtbank Den Haag
De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 3 februari 2015 besloten tot machtiging van uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010, op verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland. De minderjarige vertoonde zorgelijk gedrag en hechtingsproblematiek, waardoor plaatsing in een GGZ-instelling voor observatie en diagnostiek noodzakelijk werd geacht.
De moeder verzette zich tegen de uithuisplaatsing en pleitte voor hulpverlening vanuit de thuissituatie of een netwerkplaatsing, met behoud van contact. De vader erkende de problemen maar vond de uithuisplaatsing niet gerechtvaardigd en vroeg subsidiair om een zorgverdelingsregeling. Beide ouders werden bijgestaan door raadsvrouwen.
De kinderrechter baseerde zich op het advies van Stek Jeugdhulp, dat een toename van zorgelijk gedrag en hechtingsstoornissen constateerde en de veiligheid in de thuissituaties onvoldoende achtte. De machtiging werd verleend tot 1 juli 2015, met het oog op tijdige diagnostiek en behandeling. Verzoeken tot vaststelling van contact- en zorgregelingen werden afgewezen vanwege onduidelijkheid over de problematiek en het belang van de minderjarige.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling van overige verzoeken is aangehouden tot een nader te bepalen zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 1 juli 2015, verzoeken tot contactregeling afgewezen.