ECLI:NL:RBDHA:2015:14490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning en oplegging tienjarig inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft sinds 1992 rechtmatig in Nederland verbleven op basis van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd. Na meerdere veroordelingen wegens misdrijven, waaronder diefstal met geweld, heeft de staatssecretaris de aanvraag tot verlenging van zijn verblijfsvergunning afgewezen en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank overweegt dat het inreisverbod rechtsgevolgen heeft waardoor het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen het inreisverbod en concludeert dat de nieuwe glijdende schaal van artikel 3.86 Vreemdelingenbesluit 2000 van toepassing is, omdat de laatste veroordeling na 1 juli 2012 is uitgesproken.
Eiser betoogt onder meer strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, met verwijzing naar langdurig verblijf en integratie. De rechtbank wijst deze argumenten af, onder meer omdat de strafrechtelijke veroordelingen zwaar wegen en het belang van de openbare orde prevaleert. De rechtbank constateert dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt, inclusief de criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M. Singeling op 7 december 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.