ECLI:NL:RBDHA:2015:14660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onjuiste wettelijke grondslag en onvoldoende belangenafweging
Eiser werd op 28 november 2015 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, terwijl de juiste grondslag artikel 59, eerste lid, onder a, was vanwege een Beneluxclaim. Verweerder erkende deze fout, maar stelde dat dit geen onrechtmatigheid opleverde. De rechtbank oordeelde anders en stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van een lichter middel, ondanks kennis van de medische en psychische omstandigheden van eiser.
Tijdens de zitting bleek dat verweerder geen concrete vragen had gesteld over bijzondere feiten en omstandigheden die een lichter middel konden rechtvaardigen. Eiser had weliswaar aangegeven niets verder te willen verklaren, maar de rechtbank vond dat verweerder een extra inspanning had moeten leveren gezien de toestand van eiser. Hierdoor werd de bewaring vanaf het begin onrechtmatig geacht vanwege schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €875 voor de periode dat hij ten onrechte in bewaring was, en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €980. Het beroep werd gegrond verklaard en de overige beroepsgronden behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bewaring onrechtmatig en schadevergoeding toegekend.