Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het op 3 juli 2015 ingekomen verzoekschrift,
- de brief van de IND van 18 augustus 2015,
- de brief van de officier van justitie van 28 september 2015.
de heer I.A. Khan, en mr. Pesch namens de IND.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, geboren in India en sinds 1990 in Nederland woonachtig, verkreeg in 1998 het Nederlanderschap. In 2009 werd dit Nederlanderschap ingetrokken omdat hij bij zijn naturalisatieaanvraag zijn huwelijk in India had verzwegen. Verzoeker betwistte dit en stelde dat hij ongehuwd was bij de aanvraag en dat het verificatieonderzoek onrechtmatig was.
Na een bezwaar- en beroepsprocedure werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waarmee het intrekkingsbesluit formele rechtskracht kreeg. Verzoeker verzocht vervolgens de rechtbank om vast te stellen dat hij nog steeds Nederlander is, mede stellende dat hij door de intrekking staatloos is geworden en op grond van artikel 14 lid 4 RWN Pro hernieuwd Nederlanderschap zou moeten krijgen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet opnieuw tegen het intrekkingsbesluit kan optreden via een procedure op grond van artikel 17 RWN Pro, omdat het besluit onherroepelijk is geworden. Ook kan de rechtbank het Nederlanderschap niet opnieuw verlenen in deze procedure. Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap.