ECLI:NL:RBDHA:2015:15786
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.G.J. Dop
- G.P. Kleijn
- TH.L. Bellekom
- Rechtspraak.nl
Beëindiging BW-uitkering bij 65 jaar leidt tot leeftijdsdiscriminatie en is onrechtmatig
Eiser, een voormalig medewerker van Defensie, ontving een bovenwettelijke uitkering (BW-uitkering) als aanvulling op zijn werkloosheidsuitkering. Verweerder stelde de einddatum van deze uitkering vast op 31 augustus 2025, omdat eiser dan de leeftijd van 65 jaar zou bereiken. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het beëindigen van de uitkering bij 65 jaar onrechtmatig leeftijdsdiscriminatie inhoudt.
De rechtbank overwoog dat het BWDEF en het Sociaal Beleidskader Defensie een uitkeringsgarantie bieden tot de pensioengerechtigde leeftijd, die volgens het BWDEF is gekoppeld aan de leeftijd van 65 jaar. Deze leeftijd is echter niet gelijk aan de AOW-gerechtigde leeftijd, die sinds 2013 stapsgewijs is verhoogd. Dit leidt tot een AOW-gat, een tijdelijke inkomensterugval voor betrokkenen.
De rechtbank onderschreef het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat het hanteren van 65 jaar als einddatum geen objectieve rechtvaardiging heeft en leidt tot verboden onderscheid op grond van leeftijd. Verweerder erkende dit ook. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de einddatum betreft en bepaalde dat de BW-uitkering doorloopt tot de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AOW.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak bevestigt dat het hanteren van een vaste leeftijdsgrens van 65 jaar niet meer aansluit bij de actuele pensioen- en AOW-leeftijd en daarmee onrechtmatig is.
Uitkomst: De BW-uitkering wordt verlengd tot de AOW-pensioengerechtigde leeftijd en het besluit om deze bij 65 jaar te beëindigen wordt vernietigd.