ECLI:NL:RBZWB:2016:2166
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wachtgelduitkering niet beëindigen bij 65 jaar wegens verboden leeftijdsdiscriminatie
Eiser, voormalig burgerlijk ambtenaar bij het ministerie van Defensie, kreeg wachtgeld toegekend tot zijn 65e verjaardag. Hij stelde dat het besluit om de uitkering te beëindigen bij 65 jaar een verboden onderscheid op grond van leeftijd inhoudt, in strijd met artikel 1 Grondwet Pro en artikel 14 EVRM Pro.
De minister voerde aan dat het Wachtgeldbesluit de beëindiging bij 65 jaar regelt en dat dit geen verboden leeftijdsdiscriminatie is. De rechtbank oordeelde echter dat het onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is en dat het wachtgeld pas mag eindigen bij de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het oorspronkelijke besluit voor zover het de einddatum betreft. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak volgt eerdere jurisprudentie en een recente regeling die een tegemoetkoming biedt voor inkomensderving door de ophoging van de AOW-leeftijd, maar deze regeling compenseert niet volledig het inkomensverlies.
De uitspraak werd gedaan door rechter W. Toekoen op 31 maart 2016, na een zitting op 10 maart 2016. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het wachtgeld wordt pas beëindigd bij de pensioengerechtigde leeftijd volgens de Algemene ouderdomswet en niet bij 65 jaar.