Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2015 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
VK
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Turkse zelfstandige, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als zelfstandige, die door verweerder werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de laat ingediende omvangrijke stukken van verzoeker (92 pagina's) buiten beschouwing moesten blijven wegens strijd met de goede procesorde, omdat een zinvolle bespreking ter zitting daardoor werd belemmerd en de stukken eerder hadden kunnen worden ingediend. Verzoeker stelde geen nieuw feit of nieuw beleid (nova) aan de orde dat het eerdere besluit kon beïnvloeden.
Het beroep op het driejarenbeleid faalde omdat verzoeker niet drie jaar procedureel rechtmatig verblijf had gehad. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.